De kunst van het namaken
door Jasper Sluijs - 29 december 2011
Een interessant stuk in de New York Times deze week over het effect van auteursrecht op kunstenaars, en hoe de kunstbranche omgaat met veranderingen in het recht die van invloed zijn op het vervaardigen en verhandelen van kunst. Aanleiding voor dit stuk is kunstenaar Richard Prince, die door zijn collage kunst inmiddels tegen wil en dank poster boy van een groot auteursrechtelijk gevecht in wording is.
Prince is beroemd geworden door zijn ‘re-photography’ techniek, waarmee hij foto’s van foto’s maakt en deze vervolgens bewerkt. Zijn re-photographs brengen bij veilingen miljoenen op, waaronder 2,5 miljoen voor een collage van Rastafari mannen. Het zou dit werk zijn dat Prince in de problemen bracht. De originele foto’s waar dit werk op gebaseerd was, waren gemaakt door de Franse fotograaf Patrick Cariou. Deze Cariou was pas amusé, en maakte een zaak aanhangig wegens auteursrechtenschending.
De uitspraak in eerste aanleg was afgelopen april, en momenteel dient het hoger beroep. Het vonnis (.pdf) van rechter Deborah Batts is echter enigszins problematisch. De zaak draait om de vraag of Prince’s werk een geval is van fair use onder Amerikaans auteursrecht: het (onder voorwaarden) mogen hergebruiken van auteursrechtelijk beschermd materiaal. Rechter Batts stelt dat aan geen van de vier voorwaarden voor fair use voldaan is, en in sommige opzichten is dat redelijk. Immers: Prince werk is commercieel van aard, en zijn re-photographs hebben het aantoonbaar bemoeilijkt voor Cariou om de oorspronkelijke foto’s te exposeren.
Wat echter dubieus is, is dat de rechter in dit vonnis zich als kunstpolitie opstelt, en beslist dat de artistieke waarde van Prince’s werk te minimaal is om van een bewerking in plaats van een imitatie te spreken. Hierdoor ontstond lichte paniek in de kunstbranche: appropriation art, waarin bestaand werk hergebruikt wordt door kunstenaars, is momenteel erg populair en is in veel galerieën te vinden. Er is bovendien een hoop werk van Richard Prince dat volgens dezelfde methode als de rasta-collage gemaakt is, wat het aantal mogelijke toekomstige klagers schijnbaar eindeloos maakt.
Het probleem is echter dat het herbewerken van bestaand werk voor nieuwe doeleinden door het internet zo wijdverbreid is geworden, dat deze ontwikkeling nauwelijks meer te stoppen is. Jonge (amateur)kunstenaars zijn niet anders gewend dan bestaand materiaal her te gebruiken, met fantastisch en artistiek hoogstaand resultaat. Hiertegen procederen is een hopeloze zaak, maar van de geïnstitutionaliseerde kunstwereld kan wel relatief makkelijk een schadevergoeding geëist worden. Appropriation artists, musea en galerieën bereiden zich dus in afwachting van het hoger beroep in Cariou v. Prince voor op een grote hoeveelheid claims. Of dit het artistieke klimaat ten goede komt, is maar zeer de vraag.
<< terug naar het overzicht |