Videogames en vrijheid van meningsuiting
door Jasper Sluijs - 28 juni 2011
Met een ruime meerderheid van zeven tegen twee besliste het Amerikaanse Hooggerechtshof gisteren (.pdf) dat een verkoopverbod van gewelddadige videogames een schending van vrijheid van meningsuiting onder het First Amendment inhoudt. Gezien de recente jurisprudentie van het Hof op dit gebied is het arrest van gisteren niet schokkend, echter, de wijze waarop de justices tot hun instemmende of afwijkende conclusies komen is bijzonder interessant.
Ik schreef hier al eerder over deze zaak. De feiten komen in het kort neer op het volgende: in de Staat Californië is korte tijd een wet van kracht geweest die de verkoop van gewelddadige videogames aan minderjarigen verbood. Producenten van games meenden dat deze wet unconstitutional was, en dit werd zowel in eerste aanleg als in hoger beroep door rechters bevestigd. Californië tekende echter cassatie aan, en zo kwam de zaak bij het Hooggerechtshof terecht.
Het Hof is in haar huidige termijn bijzonder actief geweest in het uitdragen van een ruime interpretatie van het First Amendment. Velen verwachtten dan ook dat videogames, net zoals animal cruelty video’s of het verstoren van begrafenissen overigens, bescherming genieten als uitingsvrijheid. De meerderheidsopinie van het Hof is daarmee weinig opzienbarend: het is volgens rechter Scalia niet verdedigbaar dat minderjarigen minder recht op vrijheid van meningsuiting hebben dan volwassenen. Bovendien weigert de meerderheid onderscheid te maken tussen games en andere vormen van expressie, zoals boeken en films. Zelfregulering door videoproducenten, middels de bekende stickers zou volgens de meerderheid bovendien afdoende werken. Ter vergelijking: in Nederland is het wel degelijk strafbaar om aanstootgevende videogames aan te bieden, verstrekken of vertonen aan minderjarigen.
Het is opmerkelijk dat een rechtscollege met een gemiddelde leeftijd van 65 jaar dat bekend staat als digibeet nu een lans breekt voor een nieuw medium als videogames. Wat het arrest echter met name interessant maakt, zijn de concurring en dissenting opinies van rechters die zich niet konden vinden in de meerderheidsopinie geschreven door Scalia. Rechter Alito liet in andere recente uitingsvrijheidzaken al blijken (.pdf, .pdf) dat hij een minder ruime uitleg van het First Amendment voor te staan, maar sloot zich in een aparte opinie toch bij de meerderheid aan in dit arrest.
Rechter Breyer voert een interessant punt aan in zijn dissenting opinion: hij merkt terecht op dat het opheffen van een verkoopverbod van gewelddadige games aan minderjarigen mogelijk tot rechtsonzekerheid leidt. Immers, verstrekking van seksueel getinte media aan minderjarigen is en blijft wel gewoon verboden. Hiermee ontstaat volgens Breyer de situatie waarin een dertienjarige probleemloos in een video game een vrouw mag martelen, tenzij het om een topless vrouw gaat.
De opinie van rechter Clarence Thomas slaat echter alles. Zonder zich op enige (recente) jurisprudentie te baseren stelt de meest conservatieve rechter van het Hof dat de verkoop van videogames aan minderjarigen verboden dient te worden, aangezien uit historische puriteinse geschriften blijkt dat ouders ten alle tijden toestemming moeten verlenen om hun kinderen aan welke expressie dan ook bloot te stellen. De meerderheid weidt in ongekend felle bewoording een flinke voetnoot aan Thomas’ redenering, en laat er (terecht) geen spaander van heel.
<< terug naar het overzicht |