Hoge Raad: virtuele diefstal is ook diefstal
door Jasper Sluijs - 1 februari 2012
Een spraakmakend arrest werd gisteren gewezen door de Hoge Raad: diefstal van een virtueel amulet en masker in een online computerspel is volgens de Hoge Raad gelijkwaardig aan het wegnemen van een (stoffelijk) goed onder 310 Sr. De redenering van de strafkamer is volkomen logisch en terecht.
Runescape is ’s werelds meest gespeelde online multiplayer game. Wanneer u nog nooit van dit spel gehoord heeft, think again: het spel heeft 10 miljoen actieve gebruikers per maand, en meer dan 150 miljoen gebruikers in totaal. In Runescape voeren gebruikers in een fantasy omgeving opdrachten uit, al dan niet in competitie met elkaar. Spelers hebben een virtueel karakter waar ze voortdurend aan kunnen werken: door tijd in het spel te stoppen kunnen karakters bijzondere vaardigheden leren en speciale sierraden en wapens maken.
Zoals ook in de niet-virtuele wereld kan bezit afgunst opwekken. En zo gebeurde het dat in 2007 de toen 15e jarige veroordeelde met een andere puber onder dreiging van geweld een amulet en masker afpakten van een andere jonge speler. Om precies te zijn: het slachtoffer werd in het echt geschopt, geslagen en bedreigd met messen, en gedwongen in het spel zijn masker en amulet af te staan aan de veroordeelde.
In eerste en tweede aanleg werd de veroordeelde diefstal onder 310 Sr. ten laste gelegd, en zowel de rechtbank als het Hof in Leeuwarden concludeerden dat er wel degelijk sprake was van het wederrechtelijk toe-eigenen van een goed. Dit leidde tot de nodige kritiek: het ging namelijk om diefstal van virtuele objecten. Vandaar dat de centrale rechtsvraag in cassatie was of de gestolen objecten wel goederen onder 310 Sr. waren.
De Hoge Raad laat zich in dit arrest van zijn meest vooruitstrevende kant zien. Toch is dit arrest nauwkeurig ingebed in jurisprudentie: wanneer zowel het stelen van elektriciteit, als het stelen van giraal geld diefstal onder 310 Sr. betreft, waarom dan niet het stelen van virtuele objecten? Voorts merkt de Strafkamer op dat de fysieke waarde van helm en amulet in het echt niet van belang is: zowel voor slachtoffer als veroordeelde hadden deze objecten wel degelijk reële waarde, die in het loop van het spel verkregen wordt. Het is daarbij niet relevant dat, zoals door de verdediging werd aangevoerd in cassatie, dat het amulet en de helm gegevens zijn onder 80quinquies Sr. Ook al heeft een virtueel object kenmerken van gegevens volgens dit artikel, dit sluit niet uit dat het tevens een goed onder 310 Sr. kan betreffen.
Tenslotte gaat de Hoge Raad interessant genoeg in op de spelregels van Runescape (nadat eerder de AG hier al uitgebreid bij stilgestaan had). Het moge dan zo zijn dat in het spel Runescape voortdurend gestolen wordt, de manier waarop de veroordeelden de virtuele goederen afhandig maakten kan onder geen beding onder de spelregels van Runescape vallen.
Eveneens prijzenswaardig is dat de Hoge Raad waakt voor een te grote precedentwerking bij dit arrest: er zijn volgens de Hoge Raad veel ‘grensgevallen’ te bedenken waarin niet-stoffelijke goederen al dan niet onder 310 Sr. vallen, zodat in de toekomst een casuïstische aanpak de voorkeur geniet.
<< terug naar het overzicht |