archief-
 archief
2009 2008 -
 zoeken in archief -
 mijn archief -
 recent verschenen
december 2012 november 2012 oktober 2012 september 2012 juli/augustus 2012 juni 2012 mei 2012 april 2012 maart 2012 februari 2012 januari 2012 december 2011 november 2011 oktober 2011 september 2011 juli/augustus 2011 juni 2011 mei 2011 april 2011 maart 2011 februari 2011 januari 2011 december 2010 november 2010 oktober 2010 september 2010 juli 2010 juni 2010 mei 2010 april 2010 maart 2010 februari 2010 januari 2010 -
 bijzonder nummer
hiėrarchie gezondheidsrecht bewijs oorlog & recht internet & recht krom~recht -
 overige uitgaven
kwartaalsignaal jurisprudentie canon van het recht het zwarte nummer masterspecial PAO-special |
Bijzonder nummer ‘Bewijs’
De meeste rechtenstudenten krijgen in hun studie weinig te maken met bewijs. Het komt vaak slechts aan de orde vanuit theoretisch perspectief: Wie moet bewijzen? Wat moet bewezen worden? De vraag hoe bewijs geleverd moet worden blijft echter onderbelicht, maar is geenszins onbelangrijk – zelfs essentieel. In dit nummer besteedt de redactie van Ars Aequi dan ook vooral aandacht aan de feitelijke kant van bewijs.
Voorwoord
Deel I
Deel II
Deel III
Voorwoord
De meer feitelijke kant van bewijs: een eye-opener?
D.F.H. Stein
>> lees
Deel I
De meeste rechtenstudenten krijgen in hun studie weinig te maken met bewijs. Het komt vaak slechts aan de orde vanuit theoretisch perspectief: Wie moet bewijzen? Wat moet bewezen worden? De vraag hoe bewijs geleverd moet worden blijft echter onderbelicht, maar is geenszins onbelangrijk – zelfs essentieel. In dit nummer besteedt de redactie van Ars Aequi dan ook vooral aandacht aan de feitelijke kant van bewijs.
Bewijzen door de strafrechter
T. Kooijmans
>> lees
Bewijswaarderingsoordelen in het civiele (proces)recht
H.W. Wiersma
>> lees
Bewijswaardering in het bestuursproces: goochelen met zekerheid?
R.J.N. Schlössels
>> lees
Deel II
Deel II vormt het hart van het nummer. Er wordt onder meer aandacht besteed aan onderzoek op de plaats delict, pseudoherinneringen bij kinderen, valse bekentenissen, forensische statistiek en de rol van de arts in het letselschadeproces. Niet onbelangrijk is ook de interpretatie van het bewijs: begrijpt de rechter wat de forensisch deskundige bedoelt en wordt aan het bewijs de juiste waarde gehecht?
Onderzoek op de plaats delict – Een kwestie van keuzes
M. Roos
>> lees
‘Begrijpt de rechter wat ik bedoel?’ – Over het gebruik van ‘logisch correcte’ conclusies in het forensisch identificatieonderzoek
A.P.A. Broeders
>> lees
Het juiste gewicht in de schaal
C.E.H.Berger
>> lees
Het gebruik van Bayesiaanse netwerken in de forensische (DNA-)statistiek
M.J. Sjerps en A.D. Kloosterman
>> lees
De kwetsbare verdachte
R. Horselenberg
>> lees
Het ontstaan van pseudo-herinneringen bij kinderen – Over de rol van plausibiliteit, valentie en kennis
H.P. Otgaar
>> lees
Medische expertise
A.H. Schuurman
>> lees
De rol van de arts in het letselschadeproces
W.A. van der Kaaij-Veneklaas Slots
>> lees

Deel III
In Deel III wordt kritisch gekeken naar enkele problemen die nog steeds bestaan als het gaat om bewijsvoering in het straf-, civiel en bestuursrecht, zoals de communicatie tussen jurist en deskundige, de verhouding tussen bewijs en schade en het bewijsmiddel ‘deskundigenadvies’ in het bestuursrecht.
Forensisch onderzoek voor ‘Dummies’ – Hoe leren de deskundige en de strafrechter elkaar te verstaan?
J.H. Crijns, P.P.J. van der Meij & J.H. ten Voorde
>> lees
Schadebegroting, bewijs en waardering
W. Dijkshoorn en S.D. Lindenbergh
>> lees
Twijfel zaaien en nadeelcompensatie oogsten – Over bewijswaardering en nadeelcompensatie
B.P.M. van Ravels
>> lees |
|
|